Computers vinden elkaar via IP-adressen, reeksen cijfers zoals 185.104.29.14. Handig voor machines, hopeloos voor mensen. DNS (het Domain Name System) vertaalt daarom namen die jij kunt onthouden naar nummers die computers begrijpen. Elke keer dat je een adres intypt, wordt dat telefoonboek razendsnel geraadpleegd.
Eén naam kan trouwens meerdere nummers hebben, zo verdeel je drukte over meerdere servers.
Je typt primarydns.nl en drukt op enter. Dit gebeurt er, sneller dan een oogknippering.
DNS beantwoordt meer vragen dan alleen "waar staat de website?". Elk recordtype heeft z’n eigen taak.
Elk DNS-antwoord krijgt een TTL (time to live) mee: zóveel seconden mag je dit antwoord onthouden. Caches, in je browser, je router, bij je resolver, houden zich daar netjes aan. Dáárom is DNS zo snel: de meeste vragen zijn al eens gesteld. Kijk maar, hiernaast loopt er eentje live af.
Wijzig je een DNS-record, dan hoort niet iedereen dat tegelijk. Caches wereldwijd wachten netjes tot hun eigen TTL afloopt voordat ze het nieuwe antwoord ophalen. Geen magie dus, gewoon aflopende kookwekkers, de één eerder dan de ander.
DNS is oud en van nature goedgelovig: wie het eerst antwoordt, wint. DNSSEC voegt digitale handtekeningen toe. De root ondertekent .nl, en .nl ondertekent primarydns.nl, een keten van vertrouwen. Klopt één schakel niet, dan wordt het antwoord geweigerd.
Cache warm of koud? TTL kort of lang? DNSSEC aan of uit? Zet de schakelaars om en zie meteen wat er met je lookup gebeurt.
Standaard gebruik je de resolver van je provider. Prima, maar niet verplicht. Publieke resolvers zijn vaak sneller, blokkeren malware of beloven meer privacy. En overstappen? Een kwestie van minuten.
Klassieke DNS reist als leesbare tekst over het netwerk. Iedereen onderweg kan meelezen: de wifi van de koffietent, je provider. DoT en DoH stoppen je vragen in een versleutelde envelop; alleen jij en je resolver kennen de inhoud.
Let op: versleuteling verbergt wát je opvraagt, niet wáár je daarna naartoe surft.
Vijf speeltjes voor wie dieper wil graven. Alles dig-stijl, alles live.
$